Het begin van de Dovensport

De Nederlandse dovensport kent een rijke geschiedenis die al begon voordat de Nederlandse Doven Sport Bond (NDSB) in 1926 officieel werd opgericht. 

In 1912 ontstond in Amsterdam de eerste voetbalvereniging voor doven: Guyot. Kort daarna volgde in Rotterdam de vereniging Hirsch. Beide clubs speelden tussen 1913 en 1916 enkele van de eerste georganiseerde wedstrijden tussen dove sporters. Hoewel deze pioniersverenigingen in 1916 verdwenen, was de basis voor de dovensport gelegd.

Na de Eerste Wereldoorlog kwam de sportbeweging opnieuw op gang. Op de Rotterdamse dovenschool werd actief gesport en in 1920 bestond er al een school elftal. In 1921 werd in Amsterdam de Doven Schaakclub Tot Ons Genoegen opgericht, die nog altijd bestaat en daarmee de oudste nog bestaande dovensportorganisatie van Nederland is. Een jaar later werden binnen de Rotterdamse dovenschool (IDOR) ook voetbal, atletiek en zwemmen georganiseerd.

Guyot, Hisrsch, IDOR en TOG

De Stille Spelen

Een belangrijke doorbraak volgde in 1923. Vanuit Frankrijk kwam een uitnodiging voor de eerste Internationale Spelen voor Doven, de Stille Spelen in Parijs. Initiatiefnemer Eugène Rubens-Alcais wilde dove sporters een internationaal podium geven waarop zij konden laten zien dat zij net zo goed kunnen presteren als horende sporters.

De uitnodiging werd enthousiast opgepakt door Gerard Koudijs, onderwijzer aan de Rotterdamse dovenschool. Om Nederlandse deelnemers voor te bereiden, organiseerde hij in juni 1924 de Groote Wedstrijden in Rotterdam. Dove en horende sporters namen gezamenlijk deel aan atletiek- en zwemwedstrijden. Daarmee wilden de organisatoren aantonen dat dove sporters een volwaardig onderdeel waren van de sportwereld.

Op basis van deze wedstrijden werd een Nederlandse ploeg samengesteld voor Parijs. In totaal reisden elf deelnemers, onder wie één vrouw, af naar de Stille Spelen. Het resultaat was indrukwekkend: drie gouden, zes zilveren en twee bronzen medailles. Het succes zorgde voor grote trots binnen de dovengemeenschap en vormde een belangrijke stimulans voor de verdere ontwikkeling van de sport.

De Spelen van Parijs waren niet alleen een sportief succes. Ze leidden ook tot de oprichting van de internationale dovensportorganisatie Le Comité International des Sports Silencieux (CISS). Eugène Rubens-Alcais werd voorzitter en Gerard Koudijs vicevoorzitter. Koudijs stak direct zijn hand op om de tweede Spelen naar Nederland te halen. Zijn voorkeur ging uit naar Rotterdam als gaststad.

De Stille Spelen Gallerij

NSDB Oprichting

Ondanks het enthousiasme ontbrak er nog een nationale organisatie die de belangen van dove sporters vertegenwoordigde. Kort na de Spelen richtte Aaron Zegerius de Amsterdamse Doven Sport Vereniging (ADSV) op.

In 1925 vonden de eerste officiële wedstrijden plaats. ADSV en IDOR speelden een kampioenswedstrijd tegen elkaar en op 10 mei van dat jaar speelde Nederland zijn eerste interland tegen België. De wedstrijd eindigde in Antwerpen in een 2-2 gelijkspel. Ook in zwemmen en atletiek werden steeds meer wedstrijden georganiseerd. Het aantal sporters en verenigingen groeide snel.

Toch stelde de internationale bond nog enkele voorwaarden voordat Nederland volledig erkend kon worden. De eerder gevormde landelijke dovensportorganisatie beschikte nog niet over alle vereiste officiële documenten. Leen Dronkers nam daarop het initiatief om de organisatie te herstructureren. De bestaande organisatie werd ontbonden, waarna alle formaliteiten alsnog zorgvuldig werden geregeld. Dankzij zijn inspanningen werd op 4 april 1926 in Rotterdam officieel de Nederlandse Doven Sport Bond (NDSB) opgericht. De bond werd direct erkend door de CISS. De Amsterdamse Doven Sport Vereniging (ADSV), de Rotterdamse Doven Zwem Vereniging en de Rotterdamse Dovenvereniging Amman behoorden tot de eerste verenigingen die zich bij de bond aansloten.

NSDB Oprichting Galerij

2e Deaflympics

Vervolgens werd gewerkt aan de organisatie van de Internationale Sportspelen voor Doven, nu bekend als Tweede Deaflympics. Dankzij de inspanningen van Louis Reens en Hartog de Jong kwamen de Spelen uiteindelijk naar Amsterdam. De gemeente en het Nederlands Olympisch Comité stelden hun faciliteiten beschikbaar. Ondanks maatschappelijke kritiek zei het NOC:

“Sport is voor iedereen. Ook voor doven.”

Een historische uitspraak in een tijd waarin minderbedeelden nauwelijks stem hadden. De organisatie van de Spelen lag grotendeels in handen van dove bestuurders, ondersteund door horende vrijwilligers en deskundigen. Ook dat was in die tijd bijzonder.

De deelname aan Parijs in 1924, de oprichting van de NDSB in 1926 en het binnenhalen van de Tweede Spelen vormden samen het fundament van de Nederlandse dovensport. Het is een verhaal van doorzettingsvermogen, emancipatie en gelijke kansen. Een verhaal dat laat zien hoe sport dove mensen samenbracht en hun positie in de samenleving versterkte.

Die erfenis leeft nog altijd voort. Sport verbindt, inspireert en biedt dove mensen een plek waar talent, ontmoeting en gemeenschapszin samenkomen.

2e Deaflympics Gallerij

Bronnen

Beeldmateriaal
  • Cultureel Erfgoed Doven
  • Archieven KNDSB (bestuursnotulen, jubilieumsboeken)
Literatuur
  • Ons Tijdschrift
  • Archieven KNDSB (bestuursnotulen, jubilieumsboeken)
  • Le Sportsman Silencieux
  • Sport in beeld jrg 4, 1928, no 38, 28-08-1928