Nederlandsche Bond van Doofstommenvereenigingen (NBDV)

In de jaren 70-80 van de 20e eeuw begint het emancipatie bewustzijn bij dove mensen. Dove mensen eisen betere deelname in de samenleving. Is dit de eerste keer dat er bewustzijn ontstaat van rechten van dove mensen zelf? Nee, in de tijd van voor de Tweede Wereldoorlog was er al emancipatie. In de jaren tot de Tweede Wereldoorlog zijn er in Nederland veel dovenclubs. Vooral in steden zoals Groningen en Amsterdam, maar ook bijvoorbeeld in Deventer. Maar allemaal in los verband. De clubs zijn er meer voor gezelligheid en sociale contacten. In die clubs delen dove mensen ook hun levenservaringen over discriminatie en beperkingen die zij in de samenleving ervaren. Veel doven van verschillende clubs zijn zich bewust van hun achterstelling en willen actie.

We kiezen vanuit die groep doven de volgende twee heren. Aaron Zegerius uit Amsterdam en Louis Monasch uit Groningen bezochten internationale dovencongressen in Luik, België en Parijs, Frankrijk in 1930. Daar zagen ze dat andere doven uit Frankrijk en Duitsland dezelfde ervaringen hebben als Nederlandse doven, maar dat dove mensen uit die landen al actief waren in de strijd tegen achterstelling van dove mensen.
Aaron en Louis vonden dat in Nederland ook veranderingen moesten komen. Op 19 april 1931 organiseerden zij de eerste landelijke bijeenkomst van dovenclubs in Utrecht. In hotel Noord-Brabant op Vredenburg in Utrecht, een centrale vergaderlocatie in Nederland en 5 minuten lopen van Utrecht Centraal Station kwamen zij bijeen.

Foto's NBDV

Oprichting NBDV

De aanwezige organisaties richten samen een landelijke bond op, de Nederlandsche Bond van Doofstommenvereenigingen (NBDV). In deze tijd werden dove mensen “doofstom” genoemd. De Bond heeft een duidelijk doel:

Verbetering van de geestelijke, lichamelijke en stoffelijke toestand der doofstommen

Door middel van 10 actiepunten wilden zij dat doel bereiken.
Een van de actiepunten was dat de leerplichtwet ook voor dove kinderen van toepassing zou worden. In 1900 is de leerplichtwet al ingevoerd. Alle kinderen moeten van 6 tot 12 jaar naar school, uitgezonderd hiervan zijn gehandicapte kinderen, zoals doven. Al vanaf 1790 gaan dove kinderen naar school, maar dat is vrijwillig. Ouders kunnen weigeren om hun kind naar school te laten gaan en houden ze vervolgens thuis. Of de ouders hebben geen geld om kinderen naar school laten gaan. Nu wil de Bond dat dove leerlingen verplicht naar school gaan.

Alle actiepunten van de NBDV zijn:

  1. te streven naar een leerplichtwet
  2. het bevorderen van goede vakopleiding voor zowel jongere als oudere doofstommen
  3. het tegengaan van achterstelling van doofstommen in het maatschappelijk leven
  4. het bevorderen van meer werkgelegenheid in fabrieken en werkplaatsen
  5. te streven naar een goede arbeidsbemiddeling, eventueel en zo nodig in eigen beheer
  6. het bevorderen van alle middelen die kunnen bijdragen aan meer ontwikkeling voor doofstommen
  7. het verlenen van medewerking bij het beoefenen van sport
  8. het krachtig steunen van instellingen die de situatie van de zogenaamde “minder validen” willen verbeteren
  9. het onderhouden van internationale contacten
  10. het overigens bevorderen en ondersteunen van alles wat ertoe kan bijdragen doofstommen op een hoger niveau te brengen. Een van de middelen om dit doel te bereiken zal de uitgave van een eigen tijdschrift zijn.

Korte levensbeschrijving van Aaron Zegerius en Louis Monasch

Aaron Zegerius woonde in Amsterdam Oost in een buurt waar veel Joodse mensen woonden. Hij en zijn familie waren Joods en doof. Hij woonde met zijn vrouw en twee kinderen in kleine appartement op 3 hoog. Hij was kleermaker van beroep.

Louis Monasch kwam uit Groningen. Zijn ouders waren horend en Joods. Hij was boekhouder van beroep. Hij schreef verschillende artikelen in het landelijke dovenblad Ons Tijdschrift, een voorloper van Woord en Gebaar. Hij gaf aandacht aan de rechten van dove mensen door hen goed te informeren.

Beide heren hadden eenvoudige beroepen in de samenleving. In de dovenwereld namen zij grote bestuurlijke verantwoordelijkheden op zich. Dat is kenmerkend bij deze dove mensen uit die tijd. In de horende wereld hebben zij weinig aanzien. In de dovenwereld hebben zij veel aanzien. Dat is de reden dat de NBDV beter onderwijs eiste voor jonge en oudere doven, zodat ze in de toekomst werk kunnen doen, dat goed bij hun talenten past.

NBDV na de oprichting

Het bestuur ging na de oprichting gelijk aan de slag. Afgesproken was om elk jaar een bondsvergadering/congres te houden en bijhouden hoe het met de politiek verloopt. In 1932 was het volgende congres in Den Haag. En zo ging het verder. In 1947 kwam eindelijk de leerplichtwet voor gehandicapte kinderen, en daarmee dus ook voor dove kinderen. Samen met dovenscholen heeft het bestuur van de NBDV hierop aangedrongen.

Aaron en Louis kwamen om tijdens de Tweede Wereldoorlog omdat zij Joods waren. Aaron stierf in Sobibor in 1943 en Louis in Auschwitz in 1942. Met hun dood verloor de dovenwereld twee sterke bestuurders. Het gevolg van dit verlies was dat de NBDV daarna niet meer zo slagvaardig was.
Later werd het werk voortgezet door de Nederlandse Dovenraad/Dovenschap.

Toch bleef het werk van de NBDV belangrijk. De Bond bewees dat dove mensen zich zelfstandig konden organiseren en hun eigen standpunten konden uitdragen.

Na oprichting NBDV

Bronnen

Beeldmateriaal

Literatuur

  • ANDOR
  • Tijsseling, C 2014, ‘‘School, waar?’ : Een onderzoek naar de betekenis van het Nederlandse dovenonderwijs voor de Nederlandse dovengemeenschap, 1790-1990.’, Universiteit Utrecht. https://dspace.library.uu.nl/handle/1874/300799