Gebarentram

Thematrams in Amsterdam

In de jaren 80 zag Amsterdam er op sommige plekken wat grauw en versnipperd uit, en de tram werd gezien als iets functioneels maar weinig “spannends”. Door trams kunstzinnig te beschilderen wilde het GVB (Gemeente Vervoers Bedrijf) samen met de gemeente het straatbeeld opvrolijken en kleur geven.

De trams werden letterlijk rijdende kunstobjecten: geen reclame, maar patronen, thema’s en kunstprojecten. De thematrams moesten ook laten zien dat de tram méér was dan alleen vervoer. Het was een soort rijdend visitekaartje van de stad: creatief, cultureel en eigenzinnig. Het was ook reclame om met het openbaar vervoer te reizen.

Zo kwamen de trams langs bijvoorbeeld Artis, het kindertheater, de Albert Cuyp markt en de brandweer.

Sfeerbeelden

Het idee van de Gebarentram

Eind 1989 ontstond binnen de Stichting Welzijn Doven Amsterdam en omstreken (SWDA) een idee. Initiatiefneemster Detta Pengel stelde voor om, net als andere Amsterdamse thematrams, een tram in te zetten die aandacht zou vragen voor de Nederlandse Gebarentaal en de dovencultuur. Samen met Dick Kerkhoven, de voorzitter van de SWDA legden zij hun idee voor bij het GVB. Het voorstel werd door het GVB overgenomen.

In het blad van de SWDA, Doven & Welzijn, werd enthousiast aangekondigd:

En nu is het zover, dat het voorstel AANGENOMEN is!!! Dit betekent dat er in 1990 een GEBARENTRAM door de stad zal rijden!!

Het initiatief kwam voort uit een duidelijke maatschappelijke behoefte. In die tijd werden doven zich sterk bewust van de waarde en schoonheid van hun taal en cultuur. De Nederlandse Gebarentaal is een volwaardige taal met een eigen grammatica en gebarenschat. De Gebarentram moest daarom meer zijn dan een kunstproject. Zij moest een zichtbaar statement worden: dove Amsterdammers horen bij Amsterdam.

sfeerbeelden 2

De uitvoering van het idee

De realisatie van de Gebarentram was een gezamenlijk project van de SWDA en het GVB.

In 1990 werd een ontwerpwedstrijd georganiseerd voor dove kunstenaars en ontwerpers. De oproep luidde dat de ontwerpen: “de gebarentaal [moeten] uitdragen en tevens voorlichtend zijn.”

De commissie Gebarentram van de SWDA, koos uiteindelijk het ontwerp van Gert-Jan de Kleer. Zijn ontwerp combineerde Amsterdamse beelden met Nederlandse Gebaren. Hij koos bewust voor herkenbare begrippen uit het stadsleven: “Ik heb gekozen voor gebaren die met de tram te maken hebben en met de stad Amsterdam: het dekor waar de tram door rijdt.”

Een deel van tekst met gebaren rondom de tram is:

‘Hallo, kom met de gebarentram. Kijk naar kerken, huizen, grachten, bruggen, sluizen, straten en pleinen. Dat is Amsterdam.’

Een bijzondere uitdaging was het zichtbaar maken van een taal die normaal gesproken beweegt: “Gebaren neerzetten op vlak materiaal is geen eenvoudige zaak, omdat gebaren in werkelijkheid ruimtelijk zijn en bewegen.” Daarom werden pijlen gebruikt om de beweging van gebaren aan te geven. De uitvoering gebeurde in nauwe samenwerking tussen Gert-Jan en de schilders van het GVB. De Kleer vertelde later: “De eerste keer hadden de schilders wel moeite gehad met het kommunikatie, omdat zij nooit eerder kontakt met een dove gehad hebben. En later ging het toch prima!” Juist in deze samenwerking werd zichtbaar wat de Gebarentram wilde bereiken: ontmoeting tussen dove en horende werelden. Dat lukt best!

Op 9 november 1990 werd de tram officieel onthuld. Dove kinderen van de J.C. Ammanschool hielpen samen met wethouder Ada Wildekamp, Gert-Jan de Kleer en Detta Pengel bij het verwijderen van de zwarte doeken die de tram bedekten. De onthulling groeide uit tot een groot feest, met een rondrit door Amsterdam.

Artikelen Krant

De effecten De Gebarentram in de Amsterdamse samenleving

Het belangrijkste doel was het vergroten van kennis en begrip over doofheid en gebarentaal bij horende mensen. Wethouder Ada Wildekamp verwoordde dit als volgt: “De Amsterdammers bewust maken van het bestaan van de gebarentaal.” Volgens haar konden onbekendheid en onzekerheid leiden tot afstand tussen dove en horende mensen: “‘Onbekend maakt onbemind’.” De tram moest die onbekendheid doorbreken.

De Gebarentram maakte volgens Detta Pengel zichtbaar dat doven niet een onzichtbare minderheid waren, maar actieve deelnemers aan het stadsleven. Binnen de dovengemeenschap groeide de tram uit tot een bron van collectieve trots. De tram werd bovendien gebruikt bij speciale gelegenheden: Sinterklaasvieringen voor dove kinderen, jubilea en feestelijke bijeenkomsten. Daardoor kreeg zij ook een belangrijke sociale functie binnen de gemeenschap. In de Volkskrant stond de Gebarentram op de voorpagina.

De Gebarentram reed van 1990 tot 2003 en werd gesloopt. Enkele onderdelen werden eruit gehaald en tentoongesteld in het Dovenontmoetingscentrum van de SWDA. Kunstenaar Tim de Graaf schilderde in de gang hoe de gebarentram er toen uitzag.

De Gebarentram is voor de stad Amsterdam bijzonder geweest, omdat deze heeft laten zien dat gebarentaal en dovencultuur erkend worden als vanzelfsprekende onderdelen van de Amsterdamse samenleving.

Afscheid Gebarentram